Kate en ik

Economie? Dat is een zaak voor grote bedrijven, banken en de regering, dacht ik altijd. Niet dat nou erg tevreden was over hoe zij de zaken aanpakten. Maar ja, hoe zou ik daar als eenvoudige burger iets aan kunnen doen? Gewoon beginnen. Ik las een boek en ben gaan denken als een 21e-eeuwse econoom.

“Yes, I am really asking you this,” zegt Kate Raworth. Alles voor de goede zaak natuurlijk, maar, really, Kate. Ik kijk om me heen. Kate Raworths aansporing werkt. 849 man in een theaterzaal maken met hun handen een boogje boven hun hoofd, als een gesloten cirkel bij wijze van circulair productieproces. Zo doet een vogel en zo doet een vis, klinkt het ergens in mijn hoofd. Toch gaan ook mijn armen omhoog en maak ik een boogje. Really.

Ik zit met mijn armen in de lucht bij een lezing van econome Kate Raworth, werkzaam bij het Environmental Change Institute van de Universiteit van Oxford en auteur van het boek Doughnut Economics: Seven Ways to Think Like a 21st Century Economist.

Raworth vertelt hoe ze eind jaren ’80 heel bewust economie ging studeren, omdat ze het instrumentarium wilde hebben om de wereld beter te maken. Goed gereedschap zocht ze op de universiteit, maar vond het er niet. Na de universiteit werkte ze twintig jaar lang voor een betere wereld. Ze ging naar Afrika, ze werkte voor de UN en voor Oxfam.

En toen schreef ze een boek.

Voor dat boek, De donut economie, dook Raworth vijf jaar lang in economische theorieën waarover ze op de universiteit weinig hoorde. Ze is kritisch over de heersende economische theorieën en ze laat zien hoe schijnbaar logische staafdiagrammen en grafieken ons misleiden.

Gele tuinslang

Maar belangrijker nog, ze maakte een heel nieuw economisch model: de donut. Daarin is de binnenste ring de ondergrens van wat mensen nodig hebben om te bestaan en de buitenste ring is grens waarbinnen we moeten blijven om de aarde geen schade aan te doen. Daartussen zitten we goed.

Raworth beschrijft een economie die deel uitmaakt is van de aarde en er niet los van staat, mensen die zich aanpassen aan veranderende omstandigheden, de belangrijke rol van de commons en het huishouden, een nieuw te ontwerpen hernieuwbaar en eerlijk ecosysteem en niet te vergeten een lineaire gele tuinslang die wordt omgebogen tot een circulaire loop.

Raworth maakte zelf het gereedschap dat ze op de universiteit niet aangereikt kreeg.

En vanwege dat gereedschap zit ik dus met mijn armen in de lucht, want ik vind het geweldig dat Kate dat zomaar aan mij heeft uitgeleend.

Wollen sok

Dit jaar spreek ik voor mijn project Expeditie Sok met Nederlandse makers over de productie van goede spullen van lokale, hernieuwbare materialen, omdat ik vind dat de race naar beneden met steeds goedkopere, vervuilende en oneerlijke producten van ver een doodlopende weg is. Waarom is het in Nederland onmogelijk geworden om een eenvoudige wollen sok te produceren?

Ik zoek naar antwoorden en nieuwe modellen en ben echt heel blij met mijn nieuwe donut-gereedschap. Nooit gedacht dat ik zou gaan denken als een 21e-eeuwse econoom.
Ik spreek met de meeste uiteenlopende mensen over dingen als prijzen, arbeid, grondstoffen en distributie. Ik doe economische experimenten op straat en lees het Financieel Dagblad. Op een twee honderd jaar oud stuk linnen (een laken) borduurde ik de donut. Die gaat met mij mee naar mijn sok-talks waar ik met mensen praat over mijn zoektocht naar de lokale maakeconomie.

In de zaal doe ik mijn armen weer omlaag en Kate klapt op het podium een regeneratief en distributief ecosysteem open.

Economie is van ons allemaal. We moeten de economie terugpakken van de markt. Ik onderzoek de sok. En ik gebruik de donut en de tuinslang als gereedschap. Daar kun je wat mee. Really.