Geen kaars voor mijn raam vannacht

Buiten is het donker en koud. Binnen heb ik enorme behoefte aan een gezellig kaarslichtje. In mijn kast ligt een halflege zak waxinelichtjes met van die aluminium bakjes erom. Hoe gezellig zijn mijn kaarsjes eigenlijk voor het klimaat?

Mijn oma had vroeger waxinelichtjes zonder aluminium in een klein blauw-wit kartonnen doosje. Die waxinelichtjes gingen in een klein glazen bakje dat nooit weggegooid hoefde te worden. Gewoon nieuw kaarsje erin. (Wel even het metalen lontdingetje eruit peuteren) Op de verpakking stond zelfs een uitleg hoe je nog langer kon doen met deze kaarsjes als je ze op de juiste manier brandde. Maar waxinelichtjes zonder aluminium zijn nergens meer te koop. Kleine doosjes ook niet. Overal zie ik in winkels hoog opgestapeld enorme plastic zakken kleine wit-zilveren schijfjes liggen voor bijna niks.

Dat die aluminium bakjes bedoeld zijn om in de prullenbak verdwijnen als de kaarsjes op zijn, vind ik echt belachelijk. Aluminium is een kostbaar, enorm milieuvervuilend metaal en het kost bovendien ook nog ongelooflijk veel energie om van aluminiumerts zo’n aluminium bakje te maken. 

Ik heb een donkerbruin vermoeden dat mijn kaarsjes minder gezellig zijn dan iedereen ze vindt. Ik ga googelen. Het grappige is dat behalve ik, werkelijk helemaal niemand wakker lijkt te liggen van de aluminiumverspilling. In geen enkel verhaal over het milieu-effect van kaarsen lees ik iets over aluminium. Ik lees wel andere dingen.

Slachtafval

In het gunstigste geval is je kaars gemaakt van slachtafval. Vind je dat OK, koop dan een kaars van stearine. Maar pas op, valkuil: stearine kan ook gemaakt zijn van palmolie. Oerwoud-alarm. Dan zijn er nog sojakaarsen. Die worden verkocht als milieuvriendelijk, maar bij mij gaat dan toch gewoon keihard het oerwoud- en het CO2 alarm af. En dan zijn er natuurlijk nog de kaarsen van paraffine, gemaakt van een fossiele brandstof: ruwe aardolie. Die vallen helemaal af. Het beste is een kaars van pure bijenwas. Lokaal gemaakt, zonder giftige stoffen.

Fijnstof

Ook lees ik van alles over fijnstof, CO2 en andere giftige stoffen die vrijkomen bij de verbranding van een kaars in je huis. Die zijn niet zo goed voor de meeste mensen en erg vervelend voor mensen met een longaandoening. Maar dat kleine beetje fijnstof en CO2 dat vrijkomt in je huis is natuurlijk niets vergeleken bij de hoeveelheden die vrijkomen bij het produceren, verpakken en vervoeren van je kaars.

Ik weet genoeg. Mijn halve zak paraffinekaarsjes met aluminium bakjes ga ik niet gebruiken voorlopig. Die bewaar ik voor noodgevallen. Ik ga elektrisch. 

De stroom in ons huis is van de duurzame lokale Friese soort. Check. Nu heb ik alleen nog iets nodig dat dat net zo gezellig licht kan geven als een kaars. Geen knipperende nepkaars met giftige wegwerpbatterijen natuurlijk en led-kerstboomlichtjes kopen doe ik ook niet meer. Ik weet niet of wij iets verkeerd doen, maar die gaan bij ons steeds stuk en zijn niet te repareren.

Gezelligheid

Op zolder vind ik een afgedankte plastic paddestoellamp uit een van de kinderkamers. Wat mij betreft uiterst geschikt voor mijn kerstlichtbehoefte. Ik neem hem mee naar beneden. Hij doet het nog. Ik zet hem bij de zwaan met voetbalschoenen.

Tegen al mijn goede voornemens in heb ik namelijk onlangs een kerstbal gekocht in de vorm van een zwaan met voetbalschoenen (zie foto). Ik vond dat ik na een jaar van een sterk staaltje consuminderen recht had op een impulsaankoop. Een redenering van niks, ik weet het, want we hadden echt al meer dan genoeg kerstballen. Maar goed. Ik wist me niet te beheersen en nu hangt er een zwaan met voetbalschoenen in onze kamer waar ik erg vrolijk van word.

Vrolijk kerstfeest 

Halverwege mijn zoektocht op zolder herinner ik me dat ik op de streekmarkt ooit een waskaars heb gekocht van Hans van de Water, de imker van Heeg, gemaakt van de was van de bijen uit de lokale bijenstal. Die waskaars had ik opgeborgen en niet aangestoken, want ja, dat vond ik zonde van zo’n mooie kaars. Bovendien is één zo’n kaars net zo duur als een hele zak met honderd waxinelichtjes. Achterin de kast vind ik hem terug. 

Ruikend aan de wassen kaars, bedenk ik dat het natuurlijk veel beter is om één keer zo’n mooie handgemaakte waskaars te branden dan een paar weken lang zo’n hele zak met honderd goedkope, vervuilende waxinelichtjes. Het kwartje is eindelijk gevallen. 

Het nog niet zo makkelijk om van goedbedoelend consumptiemens te veranderen in een werkelijk duurzaam, bewust persoon. Gelukkig is er internet zodat je informatie kunt zoeken in het geval van donkerbruine vermoedens. En gelukkig zijn er imkers die kaarsen maken en verkopen aan mensen uit de buurt.

Ik zet de kaars naast de paddestoel en de zwaan.

Een echte kaars gemaakt door de bijen uit mijn dorp, een glazen zwaan met voetbalschoenen en een grote plastic paddestoel op coöperatieve Friese stroom. Ik ben klaar voor kerst.