De trui en de drie denkfouten

Helemaal achterin de kast ligt een donkergroene wollen coltrui. Hij ligt er al tijden. Vroeger was het een dure trui, maar nu wil niemand hem nog aan. Uit de mode. Bovendien heeft de trui het niet makkelijk gehad: de motten vonden hem heerlijk. Ik tel de gaatjes. Meer dan 30. Enkele reis kledingcontainer?

De kledingcontainer is wel de meest logische stap. Ware het niet dat ik dit jaar bezig ben met een project over lokale grondstoffen en op het punt sta mijn hoofdstuk over wol af te ronden.

Als onderdeel van mijn onderzoek waste, kaardde en spon ik wol van een Fries melkschaap en breide ik daar sokken van. Ik weet hoeveel werk het is om wol van een schaap in een donkergroene coltrui te veranderen. En ik weet ook dat nagenoeg alle wollen kleding die wij de afgelopen vijftig jaar in de winkel gekocht hebben, gemaakt is van wol die helemaal uit Australië of Nieuw-Zeeland hiernaartoe is gevaren. Hoogstwaarschijnlijk ook de wol van de donkergroene trui.

Schaar-angst

Daarom kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om de trui in de kledingcontainer te doen. Ik besluit de trui te hacken. Hij wordt een vest. Ik knip de col eraf en de wijde eighties mouwen moeten strakker. De schaar gaat erin. Ik vind het best eng.

Heb ik er nu niet te veel afgeknipt? Het is maar te hopen dat ik de zaak weer vastgezet krijg. Dat is overigens nog wel even de vraag, want ik heb nooit echt heb geleerd hoe je gaten in een trui moet repareren.

Ik ben niet helemaal onhandig en ik kan bijvoorbeeld prima knopen aanzetten, breien en eenvoudige kleding naaien. Een ladder in een panty vastzetten met nagellak kan ik ook heel goed. Maar mazen en stoppen? Nooit gedaan. Te veel gedoe. Alleen als het het mij veel geld bespaarde, als het dan weer als nieuw was en als het niet al te veel tijd kostte, wilde ik iets wel repareren.

Ik maakte drie klassieke denkfouten.

Denkfout 1: het is niet de moeite

Mijn eerste denkfout was dat ik alles terugrekende naar geld. Een knoop aanzetten is nog de moeite, want dat is snel klaar en een nieuw overhemd is duur. Maar een slechte sok van twee euro, waarom zou je die in vredesnaam repareren?

Maar in 2018 is geld niet het probleem. Onze kleding is spotgoedkoop. We kunnen nieuw kopen wat we willen. Klimaat is het probleem. Wij gooien zoveel oude kleding weg, dat er niet tegenaan te recyclen valt. Bovendien maken wij met onze oude kleding de kledingindustrieën in andere landen kapot. Tegen ons afval kan een Afrikaanse kleermaker niet concurreren.

Denkfout 2: dat kan écht niet meer

‘Dat kan écht niet meer’ is denkfout nummer twee. ‘Dat kan écht niet meer’ want het is te kapot of te erg uit de mode, hoor je vaak. Maar gek genoeg is ‘dat kan écht niet meer’ eigenlijk bijna nooit van toepassing. Meestal kan het namelijk nog prima. Gewoon schaar erin, mouwen wat bijknippen, gaten dichtmaken, knopen erop. Klaar.

Ik vind in een oude trui knippen wel eng, maar dat is het natuurlijk niet. Die gaten krijg ik wel dicht en met het rafelen blijkt het mee te vallen. Op Youtube zijn er genoeg stop- en maasfilmpjes te vinden. Het enige écht spannende aan mijn trui-hack is hooguit dat ik iets ga doen wat andere mensen niet doen, namelijk rondlopen met een vest waarvan je meteen kunt zien dat het oud en gerepareerd is.

Nu is het misschien nog een beetje gek om rond te lopen in oude, opgelapte en zelfverbouwde kleren, maar ik ben ervan overtuigd dat dat gaat veranderen. Door de stad lopen met dikke bossen Primark tasjes of opscheppen over je enorme inloopkast vol sneakers, alles steeds maar weggooien, nieuw kopen en modeproducenten laten bepalen wat we dragen, dát kan echt niet meer.

Denkfout 3: wat een gedoe

‘Wat een gedoe’ is denkfout drie. Mijn Fries-melkschaap-project heeft me veranderd. Wie de wol van een heel schaap wil spinnen om te kijken hoeveel sokken je kunt maken, moet geduld hebben. Ik heb geleerd dat het helemaal niet erg is als iets niet meteen af is. Iets maken of repareren is geen gedoe. Het is prettig om met je handen bezig te zijn en om te merken dat je zelf iets kunt maken. Sterker nog, het kledinghacken blijkt zelfs vrij verslavend te zijn.

Inmiddels heb ik te korte overhemden verlengd, kapotte panties gerepareerd en een verkeerd-gekochte-maar-niet-meer-te-ruilen jurk en spijkerbroek verbouwd. In een ongedragen oude wollen visserstrui gaat binnenkort de schaar.

Ooit, ooit komt mijn donkergroene wollen hack-vest natuurlijk wel in de kledingcontainer.

Maar voorlopig nog even niet.